Het is tien voor negen 's ochtends en ik sta op blote voeten in het gras. Mijn man is al gehaast de deur uit, hij had een afspraak, dus het ochtendritueel met de hond is voor mij. Hij zit deze week in een bench met een kap om zijn nek, net geopereerd aan zijn knie, en moet even naar buiten voor een plasje. Ik hoor hem zachtjes piepen achter me. Om negen uur begint mijn eerste call. Ik reken het uit: tien minuten heb ik nog. Precies genoeg voor het nieuwe ritueel dat ik mezelf net heb voorgenomen. Elke ochtend even iets creatiefs doen, het liefst een podcastje inspreken. Vandaag meteen op de proef gesteld, na drie zware nachten.
Terwijl ik hem in het gras laat snuffelen, dwalen mijn gedachten af naar hoe dit is begonnen.
Een paar weken terug, bij een wedstrijd van onze hondensport, ging het mis. Agility, behendigheidssport voor honden, met tunnels, toestellen, sprongen die je samen met je hond doorloopt, razendsnel, op gevoel. Iemand naast me zei toen: misschien is het de patella. Ik knikte wijs, alsof ik precies wist wat dat betekende. Thuis zocht ik het pas echt op: patellaluxatie, de knieschijf die niet op zijn plek zit. Vaak erfelijk. Ik dacht eerst dat hij gewoon een takje tussen zijn lange vacht had. Het bleek dit te zijn.
In eerste instantie leg ik me erbij neer. Rust. Medicijnen. Het idee dat we nooit meer agility zouden kunnen doen zet zich vast. Ik ga nog wel kijken bij een onderlinge wedstrijd, maar dan zonder hem. Aan de kant, alleen toeschouwer.
Daar raden mensen me aan om het toch nog even bij een orthopeed te laten checken. En dat leidt tot een besluit dat groter is dan ik had verwacht: twee knieoperaties.
het is heftig
het is zielig
het doet gewoon pijn om te zien.
Maar er zit ook een lichtpuntje in: als we dit half jaar doorkomen, drie maanden revalidatie per poot. En er is 10% kans dat die tweede knie niet geopereerd hoeft te worden. Daar gaan we voor.
En na dit dal, weet ik, kunnen we straks weer doen waar we allebei zoveel van houden.
Het is geen sport waarbij je iets aan je hond overlaat. Het is voor honderd procent communicatie met je eigen lichaam. Sta ik met mijn voeten net iets naar links, terwijl ik "rechts" roep — dan gaat hij naar links. Mijn voeten spreken namelijk harder dan mijn stem. Is mijn arm niet hoog genoeg, dan wijs ik onbedoeld naar het verkeerde toestel. Snijd ik een bocht iets te snel af, omdat ik weet dat hij toch sneller is dan ik — dan mist hij het toestel dat hij nog moest nemen. En dan heb ik gewoon pech. Niet hij. Ik.
We filmen onze trainingen altijd, juist om dat soort dingen terug te zien. En zo ontdekten we iets dat nog steeds bij me blijft hangen: tijdens het trainen at hij af en toe gras. Wij dachten steeds dat hij het niet snapte, dat het hem te moeilijk werd. Achteraf bleek het pijn te zijn. Agility is topsport voor honden, en het is loodzwaar voor de knieën.
De regel die eruit blijft hangen, is eigenlijk heel simpel: het is altijd de fout van degene die de instructies geeft. De zender. Nooit van de ontvanger.
En zodra ik dat hardop tegen mezelf zeg, hoor ik hoe breed die regel eigenlijk is. Want hetzelfde geldt voor werken met AI. Doet Claude niet wat ik wil, of Gemini, of welke tool dan ook, dan ligt dat niet aan de tool. Dan ligt het aan mij. Ik ben de zender.
Het geldt al helemaal voor geschreven berichten, waar je de verbinding met de ontvanger nog minder goed kan voelen dan bij een hond die recht voor je staat. Laatst nog, toen mijn moeder op de hond paste. Ik had haar gevraagd om lekker in de tuin te zitten, een boek te lezen, de hond gezellig erbij. 's Ochtends stuurde ik een foto van zijn eten, inmiddels in de koelkast, terwijl ik eerder had gezegd dat het op het aanrecht stond.
Mijn moeder, in de modus van oppassen zoals bij een klein kind dus tot we thuis zijn. Ze had een bakje snoepjes gegeven dat toevallig op het aanrecht stond, in plaats van het rauwvoer. Ze dacht dat dat voor haar was ;) Gelukkig op tijd rechtgezet. Maar het bleef me bij: ik had het goed bedoeld, en toch landde het niet zoals ik het bedoelde. Geen verbinding met de ontvanger op dat moment, en de boodschap verschoof.
Ik check nog even of hij goed licht in z'n mandje (ja even 'stout' zijn), ga snel naar het toilet. Nog twee minuten tot mijn call. En ik besef: of het nu gaat om een voetstand in het gras, een prompt aan een AI-tool, of een appje aan mijn moeder de les is telkens dezelfde. Kijk eerst naar jezelf voordat je naar de ontvanger wijst.